Na een overlijden wil je maar één ding, niets vergeten. Toch komt al snel de vraag op tafel: wie meldt pensioen en AOW na overlijden eigenlijk, en bij wie begin je?
De volgorde is minder ingewikkeld dan hij lijkt. Als je weet waar de eerste melding hoort en welke papieren je nodig hebt, voorkom je gedoe achteraf. Hieronder staat helder op een rij wat je meldt, wat automatisch loopt en wat je zelf moet doen.
Belangrijkste punten
- Eerst de gemeente van overlijden, daarna pas de rest.
- De AOW van de overledene stopt op de dag na overlijden.
- Een pensioenfonds krijgt het overlijden niet altijd automatisch door, dus melden blijft nodig.
- Houd de overlijdensakte, het BSN en het pensioennummer bij de hand.
- Kijk ook naar partnerpensioen, wezenpensioen en een mogelijke overlijdensuitkering.
Inhoud
Wie meldt het overlijden eerst?
De eerste stap loopt via de gemeente van overlijden. Daar wordt het overlijden geregistreerd. In de praktijk doet de uitvaartverzorger die aangifte, maar het blijft slim om te checken of dit ook echt is gebeurd. Zonder die registratie komt de rest van de administratie niet goed op gang.
In het kort ziet het er zo uit:
| Onderdeel | Waar meld je het? | Wie regelt het? | Wat betekent dat? |
|---|---|---|---|
| Overlijden zelf | gemeente van overlijden | uitvaartverzorger of nabestaanden | basis voor alle verdere meldingen |
| AOW | SVB | gemeente in Nederland, bij overlijden buiten Nederland zelf | de uitbetaling stopt |
| Pensioen | pensioenfonds of pensioenuitvoerder | nabestaanden | partnerpensioen of wezenpensioen kan meespelen |
De gemeente is dus het startpunt. Daarna schuift de melding door naar andere instanties, maar niet alles volgt vanzelf. Juist daar gaat het in de praktijk nog mis. Eén correcte registratie scheelt later tijd en losse telefoontjes.
Hoe zit het met de AOW?
Voor de AOW geldt een duidelijke regel: de uitkering van de overledene stopt op de dag na overlijden. Als iemand in Nederland woonde, geeft de gemeente dit door aan de SVB. Dat maakt de melding een stuk eenvoudiger.
Woonde de overledene buiten Nederland, dan moet het overlijden binnen 6 weken aan de SVB worden doorgegeven. Dat is een harde termijn, dus laat die stap niet liggen. Het gaat hier niet om een detail, maar om een melding die direct invloed heeft op de uitbetaling.
Woonde iemand in Nederland, dan loopt de melding via de gemeente. Woonde iemand buiten Nederland, dan ligt die taak bij de nabestaanden.
Let op het verschil tussen de AOW van de overledene en de AOW van de achterblijvende partner. Dat zijn twee losse dossiers. De uitkering van de ene zegt niets over de andere. Een partner kan dus nog steeds recht hebben op een eigen AOW-uitkering of een andere regeling, afhankelijk van de persoonlijke situatie.
Soms speelt ook een overlijdensuitkering of een andere nabestaandenregeling. Dat staat los van de gewone AOW en moet apart worden bekeken. Juist daarom is het slim om alles per instantie naast elkaar te leggen.
Moet je het pensioenfonds apart melden?
Ja, en dat punt wordt nog wel eens overgeslagen. Een pensioenfonds of pensioenuitvoerder krijgt het overlijden niet altijd automatisch door. Meld het daarom zelf, ook als er meerdere pensioenen lopen.
Dat is extra belangrijk als de overledene in het verleden bij verschillende werkgevers heeft gewerkt. Dan kunnen er meerdere pensioenregelingen naast elkaar bestaan. Elk fonds wil dan zijn eigen melding en gegevens. Eén centraal bericht is dus niet genoeg.
Zorg dat je bij de melding het pensioennummer en de persoonsgegevens bij de hand hebt. Vraag meteen naar partnerpensioen en wezenpensioen. Ook een mogelijke overlijdensuitkering hoort in dat gesprek thuis. Zo hoef je later niet opnieuw alles op te zoeken.
Het pensioenfonds weet niet automatisch wat er in het gezinssituatie verandert. Zonder melding blijft een dossier gewoon liggen.
Ontbreekt er een partner of zijn er kinderen die onder de regeling vallen, dan kijkt het fonds naar de voorwaarden van het pensioen. Juist daarom is een aparte melding belangrijk. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat elke regeling zijn eigen regels heeft.
Welke papieren heb je nodig?
Met de juiste papieren gaat de melding een stuk rustiger. Leg de overlijdensakte, het BSN, het polis- of pensioennummer en de gegevens van de nabestaande bij elkaar. Meer is in de eerste ronde meestal niet nodig.

Schrijf ook op wie je hebt gebeld, op welke datum en wat er is afgesproken. Klinkt misschien simpel, maar het voorkomt veel zoeken. Een klein overzicht op papier werkt beter dan losse briefjes of berichten op je telefoon.
Heb je niet alles direct bij de hand, begin dan met de documenten die wel beschikbaar zijn. Vaak liggen er brieven van de SVB of het pensioenfonds in een map, mailbox of lade. Daar staat het juiste dossiernummer meestal al op. Daarmee wordt de melding sneller en sluit je fouten uit.
Wat stopt er en wat kan doorgaan?
De AOW van de overledene stopt direct na overlijden. Ook het vakantiegeld dat bij die uitkering hoort, stopt mee. Dat deel is dus helder en geeft weinig ruimte voor twijfel.
Bij het pensioen ligt het anders. Daar kan juist nog iets doorlopen, zoals partnerpensioen of wezenpensioen. Soms volgt er ook een overlijdensuitkering. Die betalingen hangen af van de regeling en van de vraag wie recht heeft op de uitkering.
Lees daarom altijd de brief of het bericht van het pensioenfonds goed door. Daar staat in wat er stopt, wat doorgaat en welke stukken nog ontbreken. Het is zonde als een recht blijft liggen omdat er net één melding ontbreekt.
Voor nabestaanden voelt dit soms als een stapel losse regels. Toch draait het steeds om dezelfde vraag: welke instantie betaalt wat, en aan wie? Als je die vraag per dossier beantwoordt, wordt het overzicht snel duidelijker.
Hoe houd je overzicht?
Wie de losse regels rond afscheid en verzekering naast elkaar wil zien, vindt in de uitgebreide kennisbank uitvaartverzekeringen een handig startpunt. Daar staan de onderdelen rustig uitgesplitst.
Een vaste volgorde helpt ook hier:
- Meld het overlijden bij de gemeente of check of de uitvaartverzorger dit al heeft gedaan.
- Controleer of de overledene in Nederland woonde of in het buitenland.
- Meld elk pensioenfonds apart, ook als er meerdere regelingen zijn.
- Bewaar alle brieven, data en namen in één map.
Als je deze volgorde aanhoudt, blijft de administratie behapbaar. Het lijkt klein, maar juist een strakke volgorde geeft rust op een moment dat je hoofd al vol zit.
Wat je nu kunt doen
De kern is simpel: eerst de gemeente, daarna de SVB checken en het pensioenfonds apart melden. Wie die volgorde volgt, voorkomt dat geld blijft hangen of dat een regeling te laat wordt uitgekeerd.
Kijk daarna per dossier wat er doorloopt en wat stopt. En als je ook de uitvaartverzekering wilt afstemmen op wens en budget, kun je vergelijken wat past bij de situatie. Rust in de administratie begint met de eerste melding.
Meest gestelde vragen
Moet je de SVB altijd zelf bellen?
Nee. Als de overledene in Nederland woonde, komt de melding via de gemeente bij de SVB terecht. Woonde iemand buiten Nederland, dan moet je het overlijden zelf doorgeven binnen 6 weken.
Meld je elk pensioen apart?
Ja. Een pensioenfonds krijgt het overlijden niet altijd automatisch door. Heb je meerdere pensioenen, dan meld je elk fonds apart. Dat voorkomt vertraging en losse dossiers.
Wat als je geen pensioennummer hebt?
Zoek dan eerst in brieven, e-mails en oude documenten van de overledene. Staat het nummer daar niet op, neem dan contact op met het pensioenfonds of de voormalige werkgever. Met naam, BSN en geboortedatum kunnen ze het dossier meestal vinden.
Krijgt een partner automatisch geld?
Nee, dat staat niet vast. Kijk altijd naar de regeling voor partnerpensioen, wezenpensioen of een overlijdensuitkering. De voorwaarden verschillen per fonds, dus de melding zelf blijft belangrijk.
Vergelijken
Wil je snel en makkelijk verschillende uitvaartverzekeringen vergelijken? Check dan onze handige vergelijkingstool. Zo vind je in een handomdraai de beste optie voor jouw wensen.
